Nationaal Onderzoeksprogramma Broeikasgassen Veenweiden met 4 jaar verlengd

28-01-2025 BALK – Het Nationaal Onderzoeksprogramma Broeikasgassen Veenweiden, waarvoor STOWA namens het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur gedelegeerd opdrachtgever is, doet sinds 2019 onderzoek naar broeikasgasemissies uit veen en de effecten van maatregelen. Het programma had oorspronkelijk een looptijd van vijf jaar, maar is met vier jaar verlengd en loopt nu tot en met 2028.

Na het aflopen van de oorspronkelijke looptijd van het onderzoeksprogramma eind vorig jaar, bleek er grote behoefte aan een vervolg. Dit om antwoord te kunnen geven op vragen die nu nog niet voldoende te beantwoorden zijn. Zo zijn er nieuwe emissiebeperkende maatregelen in beeld gekomen waar het onderzoek nog maar net naar gestart is, zoals klei in veen en greppelinfiltratie.

Ook als het gaat om emissies uit natuurgebieden, natuurontwikkeling en natte teelten is – vooral vanwege methaanemissies – meer onderzoek nodig en komen er locaties bij. Verder is nieuw dat er gekeken gaat worden naar het effect van bemesting op met name lachgasemissies, en de invloed van verzilting en pH. De basis van het onderzoeksprogramma blijft het begrijpen van mechanismen in de bodem en het begrijpen van de relatie tussen maatregelen en effecten. 

De bevindingen dienen ook als input voor het registratiesysteem SOMERS (Subsurface Organic Matter Emission Registration System). Dit systeem is vanuit het Nationaal Onderzoeksprogramma Broeikasgassen Veenweiden ontwikkeld om reductie van de landelijke CO2-uitstoot in het veenweidegebied jaarlijks bij te houden. Omdat SOMERS gebruikt gaat worden voor internationale LULUCF-rapportages, is het nodig dat er ook gemeten gaat worden aan andere typen veengronden zoals hoogveen en beekdalvenen.

De looptijd van de tweede fase van het Nationaal Onderzoeksprogramma Broeikasgassen Veenweiden zal vier jaar beslaan. Het feitelijke onderzoek loopt tot in 2027; het laatste jaar zal worden gebruikt voor het afronden van rapportages en wetenschappelijke artikelen. Het vervolgprogramma wordt volledig gefinancierd door Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur.